* Regime change? Orbán versus Magyar

EEN ANALYSE VAN DE HONGAARSE VERKIEZINGSSTRIJD

Op 12 april vinden de Hongaarse parlementsverkiezingen plaats. De campagnes zijn

losgebarsten en feller dan ooit. Inzet van de strijd is vooral de positie van Viktor Orbán.

Wordt hij na 16 jaar van zijn troon gestoten of mag hij door? En wie is toch die Péter

Magyar, de grootste uitdager van de premier? En mocht zijn poging tot regime change

slagen, valt er dan ook een koersverandering te verwachten? Kijkend door een

Nederlandse bril, laat de situatie zich niet eenvoudig doorgronden, dit artikel duidt een en

ander.

Wie de winnaar dan de verkiezingen ook wordt, in het Hongaarse parlement is er een flinke

verandering op komst. Van de 10 politieke partijen die nu op het pluche zitten, zullen er na

de verkiezingen waarschijnlijk maar drie terugkeren en het meest opzienbarend is toch wel

de toetreding tot het parlement van de nieuwkomer, ‘Tisza Párt’, die onder leiding van

oppositieleider Péter Magyar, een aannemelijke kans maakt de grootste partij te worden.

De verkiezingsstrijd concentreert zich momenteel echter niet rond partijprogramma’s; de

allesoverheersende vraag is vooral of Orbán voor de vijfde keer op rij een meerderheid krijgt

of niet.

Magyar zit momenteel in het Europees Parlement en is fractielid van de Europese Volkspartij

(EVP). Hij bestrijdt de huidige premier en diens regering te vuur en te zwaard. Hij heeft niet

alleen zijn naam mee (magyar betekent namelijk ‘Hongaar’) als landelijk politicus, maar hij

heeft momenteel ook de wind in zijn rug. Magyar voert een succesvolle onorthodoxe campagne en

weet mensenmassa’s op de been te brengen voor grote manifestaties in parken en straten.

Elke dag verschijnt hij op minstens vier verschillende plaatsen, waar hij zijn publiek weet te

boeien met zijn energieke spreekstijl en de premier enerzijds diepgewortelde corruptie-

praktijken verwijt en anderzijds een slecht draaiende economie. De prijzen en inflatie zijn

hoog in Hongarije en de oorzaak daarvan ligt volgens hem bij het mislukte economisch

beleid van de regering.

De keuze voor ‘Tisza’, de partijnaam, is een zeer strategische. Het is een samentrekking van

tisztesség (fatsoen) en szabadság (vrijheid) en bevat Magyars beloftes op de thema’s waarop

hij Orbán aanvalt. Maar ‘Tisza’ bevat meer symboliek. Het is de naam van een bekende rivier

in Noord Hongarije die niet, zoals de bekende Donau, door Budapest stroomt, de stad die

geassocieerd wordt met het politieke establishment, maar een levensader is voor het

platteland. Ook refereert de partijnaam aan de in 1919, tijdens de communistische

machtsovername in Hongarije, vermoorde premier Tisza, een conservatief liberaal politicus.

Magyar wil economisch gezien een andere koers varen dan Orbán. De architect van zijn

nieuwe visie is István Kapitány, de oud-president-directeur van Shell in Hongarije. Hij wil het

huidige, op staatsinterventie gerichte socialistisch getinte beleid omvormen en een meer

neoliberale economie invoeren waarbij de staatssubsidies flink verminderd zullen worden en

er bijvoorbeeld ook een belastingstelsel met meerdere tarieven ingevoerd wordt, waarbij de

sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Hongarije kent momenteel maar één tarief

voor inkomstenbelasting: 9%.

Hoewel hun opvattingen op economisch vlak dus sterk uiteenlopen, zijn er zeker ook

overeenkomsten tussen beide heren te vinden. Ze hechten allebei sterk aan de

staatssoevereiniteit van een onafhankelijk Hongarije. Als tegenstander van Orbán wordt

Magyar in Brussel gekoesterd omdat de huidige premier Europa op diverse vlakken al jaren

frustreert, maar het is een misvatting dat Magyar een ‘Europeaan in hart en nieren’ is. Hij is

allereerst een Hongaar en een fel nationalist.

De meeste Hongaren hebben een groot cultuurhistorisch besef, in ieder geval groter dan de

meeste Nederlanders. Ze kennen de geschiedenis van hun land en zijn veelal trots op hun

nationale helden. Ook hechten ze veel waarde aan hun eigen cultuur en symboliek. Een

dergelijk nationalisme wordt in Nederland vaak met argusogen bekeken. Het heeft een

negatieve klank en wordt geassocieerd met extreem-rechts, hoewel veel D66-ers tijdens hun

laatste verkiezingswinst ook onze nationale driekleur droegen. Beide politici appelleren sterk

aan het nationale bewustzijn en spelen daarop met exact dezelfde retoriek. Ze citeren

tijdens toespraken bijvoorbeeld gedichten van de dichter Petőfi, een sleutelfiguur en held

ten tijde van de Hongaarse vrijheidsstrijd van 1848 tegen de Oostenrijkse Habsburgers. Ook

beroepen beide heren zich op de Europese joods-christelijke en humane normen en

waarden.

Pikant detail is dat Péter Magyar tot twee jaar geleden, meer dan twintig jaar lang, tot de

leidende elite van ‘Fidesz’, de partij van Orbán hoorde. Volgens sommigen komt de passie

waarmee Magyar hem bestrijdt, voort uit de frustratie dat hij nooit echt doordrong tot de

absolute top van diens partij. Hoe dan ook kent hij Orbáns systeem van binnenuit. Magyars

aanhang bestaat uit meerdere teleurgestelde Orbán-aanhangers en vooral veertigers,

generatiegenoten van de 45-jarige politicus en een brede schare jongeren.

Qua potentiële kiezers mag hij ook rekenen op een deel van de aanhang van de linkse

politieke partijen die uit het parlement zullen verdwijnen zoals DK (Democratische Coalitie),

MSZP (socialisten), Momentum, Párbeszéd (dialoog) en LMP (Groenen).

Opvallend is dat Péter Magyar zorgvuldig lijkt te vermijden om politieke kopstukken van de

uit het parlement verdwijnende partijen een rol te geven bij ‘Tisza’. Hij omgeeft zich vooral

met bekende persoonlijkheden uit de kunst- en cultuursector of mensen met een sterk

christelijke achtergrond. Een greep uit zijn getrouwen:

• Vicevoorzitter Zoltán Tarr is een gereformeerde dominee.

• De andere vicevoorzitter, Márk Radnoti, nu een van de succesvolste toneelregisseurs

van het land, deed zijn opleiding bij de Franciscaner monniken.

• Kabinetchef György László Velkey, is de zoon van een vooraanstaand lid van de

Christen Democratische Volkspartij (KDNP), die een alliantie vormt met de partij van

Orbán.

• De beroemde filmster Ervin Nagy ging naar hetzelfde christelijke gymnasium als

Magyar en wijlen premier Antall en is groot supporter van Magyar.

• Nummer twee op de lijst bij de Tisza-párt is Andrea Rost, een operazangeres die

regelmatig op het podium van de Scala van Milaan en de Metropolitan Opera in New

York stond. Er wordt gefluisterd dat zij Magyars presidentskandidaat is. De president

speelt in Hongarije een belangrijke rol bij wetgeving, is bevelvoerder van het leger en

wordt voor langere tijd (6 jaar) dan een premier (4 jaar) benoemd.

Zoals gezegd hechten Hongaren nogal aan hun ‘helden’. Mensen uit de culturele sector zijn

beeldbepalend in Hongarije en hebben daardoor behoorlijke invloed.

Een verklaring voor het feit dat zij Magyar steunen, kan gevonden worden in het cultuurbeleid

van de regering, datde onafhankelijke kunstsector onder druk zet.

In de opiniepeilingen ontlopen Magyar en Orbán elkaar niet veel. Sommige peilingen zijn

Magyar gunstig gezind en zetten Tisza Párt op een voorsprong van 8-12 % op de alliantie van

KDNP-Fidesz van Orbán. In regeringsgezinde peilingen leidt de alliantie van Orbán met 5%.

Daarbij is het goed om op te merken dat de alliantie alleen een lijstverbinding betreft tijdens

de verkiezingen, zij vormen daarna twee verschillende fracties. De KDNP is vergelijkbaar met

ons CDA en het mes snijdt voor de alliantie aan twee kanten. De KDNP krijgt meer kamer- en

regeringszetels dan op basis van het aantal stemmen logisch zou zijn en Orbán stelt zich

zeker van de christelijke stemmen. Het is tactiek, geen voorbode van een fusie zoals bij

GroenLinks/PvdA.

Hoewel peilingen altijd met een korrel zout genomen moeten worden, zijn die in Hongarije

nog minder nauwkeurig dan hier. Dat komt doordat het Hongaarse kiesstelsel anders is dan

het Nederlandse. Het is een soort combinatie van een parlementair stelsel zoals wij dat

kennen, waarbij zetels naar rato van het aantal uitgebrachte stemmen evenredig verdeeld

worden en het Engelse model, waar via districten, één parlementslid per regio gekozen

wordt. Van de in totaal 199 zetels worden er, op voorwaarde dat partijen boven de

kiesdrempel van 5% komen, 93 verdeeld volgens het evenredigheidsbeginsel. Dit gedeelte is

redelijk te peilen. De andere 106 worden door de regio’s afgevaardigd en die zijn zeer

moeilijk te peilen.

De opvatting heerst dat de regeringscoalitie in de districten meer zetels zal halen dan ‘Tisza’-

párt, omdat die kandidaten veel bekender zijn dan de nieuwkomers en mensen stemmen

graag op iemand die ze kennen.

Daarentegen maakt Magyar waarschijnlijk meer kans bij de verdeling van de zetels op basis

van de nationale lijsten. Hoe dan ook zal er geen enkele andere partij in de buurt komen van

deze twee. De kans bestaat zeker ook dat geen van beiden de meerderheid van 100 zetels

haalt. Dan zal “Mi Hazánk” (ons vaderland) bepalend kunnen zijn voor een coalitie. Deze

partij komt waarschijnlijk als enige andere partij boven de vereiste 5% en staat in de

peilingen op 6-8%. Dat zou ze 8 á 10 zetels kunnen opleveren. Mi Hazánk wil de EU en de

NAVO verlaten en een quasi-racistisch beleid voeren ten aanzien van de Roma-bevolking;

het is niet bepaald een gewilde coalitiepartij!

Nu de Oekraïense president Zelensky Orbán heeft bedreigd (hij zei zijn adres door te geven

aan de Oekraïense strijdkrachten als hij Europese hulpgelden zou blokkeren), sluiten de

Hongaarse rijen zich. Magyar ziet zich gedwongen het op te nemen voor Orbán ‘en elke

andere Hongaar die bedreigd wordt.’ Hij riep de Europese Commissie op om alle relaties met

Oekraïne te verbreken tot Zelensky zijn woorden terugneemt en excuses maakt aan premier

Orbán en het Hongaarse volk. De Europese Commissie heeft het optreden van Zelensky

inmiddels veroordeeld.

Het winnen van een verkiezing is één ding, maar wat er daarna gebeurt is minstens zo

belangrijk. Want ongeacht of Orbán of Magyar wint, het is duidelijk dat de winnaar

geconfronteerd zal worden met een zeer sterke oppositie. Die alles in het werk zal stellen

om de regering zo snel mogelijk ten val te brengen.

Bij de winst van Viktor Orbán zal er niet zoveel veranderen. Het socialistisch getinte

economische beleid en ook de gezinsvriendelijke politiek zullen verder uitgebouwd worden.

Ook zullen we op het vlak van buitenlands beleid weinig nieuws zien. Wel zal er een sterkere

oppositie zijn.

Als Péter Magyar wint, zal de gespannen relatie met de EU zienersoog verbeteren. Maar

men zal in hem echter geen Europese supra-nationalist leren kennen, hij zal altijd het

beginsel ‘Hungary first’ hanteren.

In Hongarije zelf wordt het dan wel spannender. Magyars voorgenomen economische

veranderingen zullen waarschijnlijk tot meer maatschappelijke spanningen leiden. Want de

overgang van veel staatsinterventie met subsidies aan brede lagen van de bevolking voor

bijvoorbeeld gas, water en licht, naar een meer neoliberale markt zal ongetwijfeld met grote

weerstand gepaard gaan. Orbán zal in dat geval ongetwijfeld succesvol gebruikmaken van

het bindend referendum. Met dit instrument boekte hij eerder succes in 2008 en legde toen

een bom onder de toenmalige regering van Gyurcsány.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.